De voorlaatste ronde van de RSB-competitie stond op het programma en het Pioniervlaggenschip kon op volle sterkte naar Kralingen komen. Voor de achterban, voor zover aanwezig, stond ronde 22 intern op het programma.
Jammer genoeg had de razende reporter van het team voor eigen schaaksucces gekozen, zodat een jaloers gevoel op de dames onder ons iemand al snel bekruipt. Immers, er schijnt vastgesteld te zijn dat vrouwen meer dan één bezigheid tegelijk kunnen doen en dat zou je tijdens zo’n wedstrijd ook wel eens willen kunnen!?
Er stond deze avond van alles op het spel: mogelijke degradatie voor Onésimus 2 en een mogelijk kampioenschap voor De Pionier 1. Althans, bij verlies zou het doek van de tweede klasse voor de Kralingers vallen en de Hellevoeters moesten met redelijk grote cijfers winnen wilde men nog kans maken om eerste in de groep te worden.
Zoals in de meeste wedstrijden viel er ook hier uit het eerste uur weinig meer te melden dan dat de spelers elkaar redelijk goed in evenwicht hielden. Wel moest je beslist woekeren met de ruimte op je schaaktafeltje, dat met een schaakbord en een schaakklok al bijna vol was. Woekeren met ruimte is blijkbaar ook een bekend begrip bij de school, waar Onésimus onderdak heeft gevonden. Tenminste, men is daar al enkele weken bezig met een verbouwing van de ruimte, bedoeld om drankjes aan de man/vrouw te brengen. Dankzij dit gebeuren moest men al eens uitwijken naar elders, toevallig ook toen er een treffen tussen beide verenigingen plaats moest vinden, toen in de viertallencompetitie.
Maar we wijken af van de essentie van de avond. Plotseling ontstond er namelijk enig rumoer rond bord 2, waar voor de Pioniers Ad van der Ree had plaatsgenomen. In een stelling, waarin Ad een veel betere positie in had weten te nemen, gaf hij schaak op f3, terwijl de witte koning nog op zijn uitgangspositie stond en zijn “gemalin” op d2 had plaatsgenomen. Blijkbaar was Ad’s tegenstander al zo murw gespeeld, dat hij op dat moment opgaf, zich blijkbaar niet realiserend dat hij dat paard “gewoon” had kunnen slaan. Ook dan echter was het moeilijk voor hem gebleven.
Weer wat later bleek Rick Verheij aan bord 3 het eindspel met een pion meer, dat hij had weten te bereiken, beter uitgespeeld te hebben dan zijn opponent. Deze moest namelijk constateren dat hij in een matnet was gelopen. Maar ook voor de Rotterdammers was er een overwinning weggelegd en niet de eerste de beste want Pionierkopman Ernst-Jan Pluim Mentz moest constateren dat hij te veel hooi op zijn vork had genomen met de door hem gekozen openingsvariant. Uiteraard gaat het te ver om daar puur de reden voor zijn nederlaag te leggen, wel kwam hij steeds gedrongener te staan. Ook mag hier een compliment gemaakt worden aan zijn tegenstander, die zich, zo op het oog, niet liet imponeren door het, op papier althans, aanwezige krachtsverschil.
Aan bord 7 had Bonne Faber een kwaliteit weten te winnen dankzij het iets te opportunistische spel van zijn tegenstander. Die tegenstander bleek dat ook te beseffen en verzonk daarom regelmatig in lang en diep gepeins om het lot, dat hem leek te wachten, af te wenden. Dat gepeins leverde hem wel op, dat Bonne zich toch wat minder prettig ging voelen met zijn stelling. Maar, blijkbaar nietsvermoedend, terwijl hij opnieuw lang nadacht over zijn 31ste zet, kwam er op het display aan zijn kant van de digitale tijdmeting viermaal het cijfer 0 te staan. “Maar ik heb toch nog een kwartier” was zijn eerste reactie toen hij op zijn verlies werd gewezen. Er schort dus hier en daar nog steeds het nodige aan de kennis van deze klokken!
Met deze prettige tussenstand durfde Fred van Wieringen het aan bord 8 wel aan in een gelijk opgaande partij een puntendeling op het wedstrijdformulier aan te laten tekenen. Hij had immers een minder aangename dag achter de rug en voelde zich waarschijnlijk niet voldoende in staat om meer dan remise uit de stelling te slepen.
Aan bord 5 speelde Ben Blakmoor een hele mooie partij. Om op zijn maat gesneden spel te krijgen offerde hij een pion in de opening, waardoor hij een fraaie stelling op kon bouwen. Dat was belangrijker dan die pion, die hij overigens wat later in het middenspel weer terug verdiende. Zijn tegenstander had namelijk de fout gemaakt toch te veel aan die materiële voorsprong vast proberen te houden. Daardoor raakte hij eigenlijk niet slechts die voorsprong kwijt, ook zijn stelling werd steeds slechter. Daarna verslikte hij zich eigenlijk ook nog in een aanval op zijn nog overgebleven loper, waardoor hij deze, eigenlijk zonder veel compensatie, kwijtraakte. Er werd nog een noodoffensief op poten gezet, Ben ving dat keurig op en mocht even later, nadat hij nog een stukoffer had geweigerd, niet slechts een toren maar ook het punt, opstrijken.
Hiermee was dus in elk geval de totaalwinst – en daarmee de degradatie van Onésimus 2 – een feit, elk bordpuntje meer zou welkom zijn. Dat werd dan door Jan van Huizen aan bord 6 bijgeschreven. Ook dit zal een mooie partij zijn geweest, waarover gemiste reporter misschien wel lyrisch zou zijn geworden. Maar nu rest weinig anders dan het vermelden van de winst van onze jeugdleider. Aan bord 4 zaten op dat moment de beide teamleiders nog tegen elkaar te zwoegen om het onderste uit de kan te krijgen. Voor De Pionier 1 was dat Jan van Dam, die een goede aanval leek te hebben. Daarvoor moest hij tenslotte wel een verdedigende stelling verlaten en alles op die aanval te gooien. Het leek hem ook te lukken, zijn tegenstander zag nog net echter de enige zet, die mat af kon wenden en kon daardoor net voldoende tempo vinden om remise door eeuwig schaak af te dwingen. Nog even keken ze elkaar aan met een blik van “zeg jij het of zeg ik het”, waarna dus de remise en de 2-6 winst voor De Pionier 1 een feit werd.
Het wedstrijdformulier zag er zo uit:
| Onésimus 2 | 1612 | - | De Pionier 1 | 1776 | 2 -6 | |
| 1 | Paul Wassink | 1701 | - | Ernst-Jan Pluim Mentz | 2084 | 1 -0 |
| 2 | Ruud Neumeijer | 1644 | - | Ad van der Ree | 1779 | 0 -1 |
| 3 | Jacques Goud | 1643 | - | Rick Verheij | 1725 | 0 -1 |
| 4 | Fokke Lindeboom | 1628 | - | Jan van Dam | 1730 | ½- ½ |
| 5 | John van der Meulen | 1573 | - | Ben Blakmoor | 1759 | 0 -1 |
| 6 | Harry Elgershuizen | 1596 | - | Jan van Huizen | 1745 | 0 -1 |
| 7 | Shau-Ming Yuen | - | Bonne Faber | 1717 | 0 -1 | |
| 8 | Rolf de Jong | 1501 | - | Fred van Wieringen | 1671 | ½- ½ |
Intussen was er dus ook gestreden op het interne vlak door het thuisfront. Als je dus geestelijk al moeilijk met twee dingen bezig kan zijn, lichamelijk is nog veel moeilijker! Hier dus weinig meer daarover dan wat opgevangen losse flarden!
Jan van Baardwijk lijkt een sterke periode achter de rug te hebben, althans, na de absolute top van de club partij gegeven te hebben moest hij nu tegen Tim van der Hart spelen en deze partij verloor hij.
Alex van Wieringen werd wel aan die absolute top gekoppeld want hij mocht zichzelf bewijzen hoe ver hij eigenlijk zou zijn en daarvoor zat Frank Sträter tegenover hem. Hij wist het een zet of 20 vol te houden, toen echter brak de veer en werd hij doeltreffend opgebracht.
Het is al eerder gezegd in dit verhaal, nu blijkt waarom! Michiel Landman was de baas over Frans Troost, die nu11 punten verspeelde, waar hij er 5 had kunnen verdienen!?
Het meest onbegrijpelijke speelde zich eigenlijk af tussen Rob van Wijgerden en Ger Croonenberg. Waar laatstgenoemde vorige week als eerste bord speler van het viertal binnen enkele zetten eigenlijk van het bord was gespeeld, daar deed hij dit nu bijna zelf bij de grote belofte van het tweede team!
Sheila de Jonge liet zien waarom zij en niet Frits van der Veeke bij die genoemde viertallenwedstrijd aan het vierde bord had gezeten. Ze verloor nu namelijk van Frits.
Wim Noordermeer speelde tegen Trudy Angeneind, die het er weer eens op had gewaagd het weer te trotseren en Wim won.
Tenslotte wist Sidney Noordijk opnieuw niet te winnen van Frits Wilschut. Maar Sidney verliest de moed nog niet.